Een afwegingskader voor counter-drone maatregelen voor security managers en hun beveiligingspartners
Security managers van vitale infrastructurele terreinen zijn verantwoordelijk voor de beveiliging van het terrein en de grondgebonden of mobiele assets. Het luchtruim boven dat terrein (>1 m) is juridisch geen eigendom. Daardoor is, zonder extra maatregelen, het handelingsvermogen ook beperkt. Gelukkig heeft het bevoegd gezag heeft sinds 17 maart 2026 een (tijdelijk) handelingskader gepubliceerd en is het mogelijk drone detectie en verificatie methoden te gebruiken.
Daarmee is de structurele bedreiging van luchtruimindringers nog niet direct weg; waarnemingen van onbekende kunnen potentieel ongeautoriseerde drones in het luchtruim zijn, maar zonder handelingskader kan er niet opgetreden worden.
Dit whitepaper beschrijft twee noodzakelijke, complementaire deeloplossingen die dat handelingskader geven en eenvoudig is toe te passen binnen de bestaande beveiligingsketen:
Pas wanneer beide samenkomen is de integrale beveiligingssystematiek compleet en kan automatische detectie, verificatie en versnelde besluitvorming leiden tot handelend optreden binnen enkele minuten.
Het document biedt voor security managers van vitale infrastructuur het afwegingskader, een plan van aanpak en randvoorwaarden om samen met de beveiligingspartners te komen tot beter beveiligd luchtruim boven uw terrein en installaties.
Security Managers van de vitale infrastructuur in Nederland en België worden in toenemende mate geconfronteerd met ongewenste of onbekende drones in of nabij hun terreinen:
Onder de huidige luchtvaartwetgeving geldt echter dat het luchtruim boven een terrein publiek eigendom is. Een terreineigenaar is enkel eigenaar van de grond, maar die is daarmee niet automatisch beheerder van het luchtruim erboven. Dat zijn en blijven de publieke diensten. Dat betekent voor security managers, dat zij wél verantwoordelijk zijn voor het bewaken en beveiligen van de grondgebonden assets, maar dat een drone in het luchtruim boven hun terrein niet automatisch een overtreding.
In Nederland zijn veel Drone Operators in de Specific Categorie die een ontheffing hebben van ILT om nabij vitale infrastructuren te vliegen. De private beveiliging kan en mag niet zelfstandig overgaan tot bestrijding zoals verstoren, overnemen of neerhalen van deze door ILT toegestane en aangemelde vluchten. Deze professionele drone operators zullen zich bij u melden als ze boven uw grond vliegen[1], echter de niet-professionele, onbekende of onwillenden zullen dat niet doen.
Uit de praktijk van onbekende drones en vele meldingen in winter 2025/2026 zien we het patroon:
Dit leidt tot voor nu tot een fundamenteel beveiligingsprobleem:
Op dit moment wordt de vitale infrastructuur tegen ongewenste drones enkel op basis van deze reactieve beveiliging beschermd in plaats van een gecontroleerde en integrale aanpak. Gevolg is een gemeenschappelijk en publiek gevoel van onrust en onveiligheid, in sommige gevallen een onnodige escalatie én bij een reactie vaak een te late respons.
Gelukkig publiceerde op 17 maart 2026 publiceerde de nationale overheid de tijdelijke beleidslijn over dronebestrijding[3], waarin hun handelingskader staat. Tijd voor de beveiligingsketen om dat kader samen in te vullen.
In de winter van 2025/2026 deden zich in Nederland en België meerdere incidenten voor waarbij onbekende drones werden waargenomen boven of in de nabijheid van kritische locaties, waaronder havens, energie-infrastructuur en logistieke knooppunten. Vijftig drones boven militair terrein Elsenborn, meer dan 30 incident locaties waarbij vermoeden is van moedwillige indringers.
In veel gevallen bleef onduidelijk wie de operator was en wat het doel van de vlucht was en of sprake was van een overtreding. Deze onduidelijkheid kreeg brede aandacht in media en politiek en leidde tot vragen over toezicht, bevoegdheden en weerbaarheid. Voor betrokken organisaties en het bredere publiek had dit een zichtbaar effect: een groeiend gevoel dat het luchtruim een risico vormt; een structureel gevoel van onvoldoende controle en verhoogde kwetsbaarheid. Het kernprobleem is niet de aanwezigheid van drones, maar het ontbreken van een snelle en bruikbare duiding en versnelde mogelijkheid tot optreden.
Praktijkvoorbeeld (geabstraheerd):
Een medewerker of omstander meldt dat een drone vliegt boven een terrein. De meldkamer heeft geen visuele bevestiging. Politie wordt geïnformeerd, maar kan zonder verificatie niet gericht optreden. Na 20 minuten is de vlucht voorbij. Onduidelijk is wat er nu daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Algehele publieke opinie: “Nederland is slecht voorbereid op dreiging van onbekende drones”[4]
Het wettelijke kader bepaalt de grenzen van ons publieke en private handelen. Voor beveiligingsbedrijven met meldkamer is dat de ‘Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus’[5]. Voor drone vliegbedrijven in het luchtruim is dat de EU 2019/947[6]en EU 2019/945 met productvereisten zoals de klasse-indeling en Remote ID vanaf C1 drones (> 250gr). De belangrijkste uitgangspunten hiervan zijn:
Deze recent gepubliceerde tijdelijke beleidslijn dronebestrijding (17 maart 2026) bevestigt dit:
Gevolg: Als er voor de locatie geen additioneel juridisch kader en/of er onvolledige informatie is kan en mag zelfs het bevoegd niet tot counter-drone maatregelen overgaan. De tijdelijke beleidslijn dronebestrijding stelt dus een harde voorwaarde: er moet éérst voldoende kennis zijn én een constatering van een overtreding voordat handelen überhaupt mogelijk is.
Om te kunnen handelen is dus informatie nodig. Informatie die door de beveiligingsketen kan worden gegenereerd met een PAC die conform (Wpbr art. 9 lid 2 + AVG art. 6) op basis van een vooraf vastgelegd convenant met de politie LiveView beelden mag doorzetten naar de politie. Drone Detectie & Verificatie vervullen daarin twee nieuwe essentiële functies:
Zonder verificatie blijft detectie onvoldoende bruikbaar:
De kernfunctie van verificatie is:
Pas wanneer de deeloplossingen van het wettelijk kader en de Detectie & Verificatie techniek samenkomen tot een integrale oplossing, ontstaat een logische bewaking- & beveiligingssystematiek van het luchtruim boven de terreinen van vitale betekenis:
Zonder deze combinatie ontstaan twee ongewenste situaties:
De oplossing ligt dus niet in één maatregel, maar in de combinatie van beide deeloplossingen en die als integrale oplossing implementeren in de bestaande beveiligingsketen, waarmee dus:
De kern van het beveiligen van het luchtruim voor vitale infrastructuur is dus:
Deze aanpak levert:
Het wettelijke kader beperkt niet alleen wat een security manager zelf mag doen, maar biedt ook een route om het luchtruim wél te reguleren; op basis van goed luchtruimgebruik en tijdelijk via de drone vliegenbedrijven (NOTAM) en voor langdurige gereguleerd luchtruim gebruik via de overheid (no-fly zone). Drone vliegbedrijven melden hun aanwezigheid in het luchtruim via bijvoorbeeld de GoDrone applicatie en NOTAMs (Notice To Airmen). Daarin staat welke vliegmissies er uitgevoerd (kunnen) worden. Daarbij kan verzoek gedaan worden aan anderen om het luchtruim niet te betreden. Deze tijdelijke maatregel heeft niet een afdwingbaar karakter.
In het Europese en nationale luchtvaartkader bestaat echter ook de mogelijkheid om een geografische zone voor drones (UAS-geozone) in te stellen[7]. Dit kan bijvoorbeeld een gebied zijn waar dronevluchten verboden zijn (no-fly zone), of waar de overheid alleen specifieke drone vliegmissies toestaat; bijvoorbeeld drones ten behoeve van de beveiliging. Voor vitale infrastructuur kan dit instrument worden gebruikt om het luchtruim boven en rondom kritische locaties daadwerkelijk te beperken.
Wat dit betekent in de praktijk? Een securitymanager kan niet zelf een no-fly zone instellen, maar kan wél het initiatief nemen tot een verzoek ervan bij de bevoegde instanties (in Nederland o.a. via ILT / ministerie van IenW en/of samen met beheerders van gecontroleerd luchtruim (CTR/TMA). LUGN kan als dé security drone specialist hierbij assisteren. De aanvraag vereist doorgaans:
Belangrijk is dat dit geen standaardprocedure is, maar maatwerk. Toewijzing hangt samen met:
Kritische beperking: Een no-fly zone zonder detectie & verificatie blijft een norm zonder handhaving. Dit juridische kader creëert de voorwaarde voor interveniërend overtredingen als onbevoegde betreding van het luchtruim daadwerkelijk herkend, bevestigd en gedeeld wordt met de handhavende instanties.
Uitzonderingspositie: gecontroleerde eigen operatie: Om in een 24/7-operatie dat te kunnen doen is het nodig om voor de eigen security drone vliegmisses een uitzondering te definiëren op deze no-fly zone! Dat betekent concreet dat specifieke operators of operaties kunnen worden toegestaan onder strikte voorwaarden en met voorafgaande goedkeuring.
Voor vitale infrastructuur ontstaat daarmee een relevante constructie: ‘veiligheid van de lucht en veiligheid vanuit de lucht’
Dit vereist:
Zonder kennis van het luchtruim èn de beveiligingsoperatie is dat lastig zelfstandig te regelen. LUGN security kan u desgevraagd hierbij assisteren.
Zoals gezegd een no-fly zone heeft alleen praktische waarde wanneer een overtreding ook snel wordt opgemerkt, correct wordt geduid en geautomatiseerd doorgezet wordt naar meldkamer en bevoegd gezag. De tweede deeloplossing bestaat daarom uit de geautomatiseerde beveiligingsketen van:
De kern is dus niet “meer drones in de lucht”, maar het toevoegen van een snelle Detectie & Verificatie laag om te komen tot een gepubliceerd dronebestrijdingsprotocol. Detectie & verificatie hoeft niet meer dan 2-3 minuten te duren. In de praktijk van grondgebonden beveiliging met sensoren en drones heeft LUGN dit al bewezen. Luchtruimdetectiesensoren werken op diezelfde manier als een trigger voor diezelfde security drone die de visuele verificatie uitvoert.
Detectiesensoren werken op basis van verschillende fysische grootheden zoals geluid (Microflown), Radar (Robin Radar), RF (Sennhive) al dan niet in combinatie. Ze kunnen een object, zendbron of Remote ID-signaal in het luchtruim waarnemen en lokaliseren. Remote ID is op grond van EU 2019/945 NIET verplicht voor C0-klasse drones (< 250g, Open subcategorie A1), dus kleine consumentendrones zonder Remote ID zijn via op grond van ID niet detecteerbaar. Door (een combinatie van) sensoren ontstaat een eerste indicatie dat er iets in of nabij de zone vliegt. Maar die indicatie beantwoordt nog niet de vragen die voor handhaving relevant zijn:
Dat is precies de reden waarom detectie op zichzelf nog geen sluitende basis vormt voor optreden. De security drone levert de visuele verificatie (precies zoals ook defensie vliegtuigen dat doen bij onbevoegd binnentreden van het nationale luchtruim). De LUGN integratie van luchtruimdetectiesensoren met de automatische verificatie security drone via onze vliegmanagement software maakt het mogelijk om onder supervisie van een LUGN piloot binnen 1-3 minuten Detectie & Verificatie uit te voeren.
In beveiligingsketen ziet dat er als volgt uit:
Stap 1 – Detectie
Een multi-sensor-laag bewaakt permanent het luchtruim rond de locatie, op al dan niet grote afstand. Die sensor-laag detecteert het object met een radar, via zijn RF-signaal of Remote ID-uitzending en bepaalt in real-time positie, hoogte en in enkele geschikte gevallen ook de locatie van de bestuurder of positie van take-off.
Stap 2 – Vergelijking met het toegestane luchtruimbeeld
Wanneer op die locatie een no-fly zonde geldt, ontstaat direct het eerste onderscheid tussen:
Stap 3 – Geautomatiseerde response trigger
Wanneer de detectie boven of in nabijheid van het toegestane beleid valt, wordt automatisch de responseflow opgestart. De onderdelen van de luchtruimdetectie werken als triggers en activeren de bijbehorende security drone vliegresponse. In het vliegmanagementsysteem (zoals FlytBase) verschijnt de locatie van de indringer en de vermoedelijke RC-locatie op het operationele dashboard van de dienstdoende drone piloot.
Stap 4 – Automatische uitvlucht van de toegestane security drone
De security drone start vanuit het LUGN Control Centre de bijbehorende automatische vliegmissie ter visuele verificatie van het object en zijn gedrag. De security drone vliegt uit vanaf zijn docking-station op uw locatie richting de gedetecteerde locatie van de drone (missie 1) of naar de vermoedelijke locatie van de bestuurder (missie 2), afhankelijk van het afgesproken opvolgingsprotocol. Deze werkwijze past naadloos bij de manier waarop LUGN al werkt voor grondbeveiliging vanuit het luchtruim en vereenvoudigd de financiële besparingen met security drones[8].
Stap 5 – Visuele verificatie
De security drone levert live beeld van het object, het vlieggedrag, de locatie ten opzichte van no-fly zone en de omgevingen op de grond. Daarmee wordt de detectie binnen reguliere indringtijd omgezet tot bruikbare operationele informatie:
De meldkamer ontvangt de beelden op hun VMS en kan van daaruit met LiveView de beelden delen met de Politie; alles geautomatiseerd via beveiligde VPN verbindingen.
Stap 6 – Meldkamerbeoordeling en doorzetting
De meldkamer tezamen met politie beoordeelt de beelden en beslist of opschaling nodig is. De politie heeft nu real-time informatie van zowel detectie, locatie als visuele verificatie, zodat zij conform de gepubliceerde beleidslijn proportioneel en met het minst ingrijpende middel kunnen optreden.
De logica van deze aanpak volgt dezelfde systematiek als in de bemande luchtvaart. Daar worden state-actorvliegtuigen zonder transponders ook visueel geïdentificeerd en gevolgd met defensie materieel. Ze worden zomaar uit de lucht gehaald; ook daar geldt eerst visuele verificatie om vast te stellen wat het object is en wat het doet om in te schatten wat zijn intentie is.
Voor de lagere luchtruimbewaking rondom vitale infrastructuur volgen we met deze voorgestelde systematiek dus een vergelijkbare proces, maar dan lokaal en met de beveiligingspartners uit de keten; gespecialiseerd dronevliegbedrijf – beveiligingsbedrijf – politie door:
De daadwerkelijke operationele waarde van deze nieuwe aanpak zit in de automatisering van Detectie & Verificatie;precies zoals LUGN het heeft gerealiseerd. Real-time sensordata en responsevlucht worden in één keten gekoppeld, waardoor Detectie & Verificatie binnen 2-3 minuten mogelijk is. Daarmee verandert een no-fly zone van een juridisch verbod op papier in een praktisch handhaafbaar bewaakt en beveiligd luchtruim.
De beschreven aanpak vraagt niet alleen om techniek, maar om een samenhangende inrichting van juridische, operationele en technische componenten. In de praktijk blijken deze onderdelen vaak versnipperd te zijn: aanvraagtrajecten lopen los van operatie, detectie staat los van opvolging en verificatie is niet structureel ingericht.
De rol van LUGN ligt in het integraal ondersteunen van deze keten, van initiële afweging tot operationele uitvoering:
De extra kosten beperken zich tot de keuze voor luchtruimsensoren (kwaliteit en technische functionaliteit en fusie daarvan), wanneer de security drone voor de grondgebonden beveiliging reeds aanwezig is. In een nieuw whitepaper worden de technische capaciteiten van de sensoren vergeleken. De essentie van deze rol is niet het zelfstandig handhaven van een no-fly zone, maar het daadwerkelijk bewaken van de grond en het luchtruim met security drones: LUGN verbindt de twee deeloplossingen tot een integrale beveiliging; het geautomatiseerd detecteren en verifiëren met security drones. LUGN is met haar specialisatie dé partij die deze elementen samenbrengt tot een werkbare en beheersbare inrichting voor uw vitale infrastructuur.
Wanneer de bewaking en beveiliging van het luchtruim en de grondgebonden assets van het terrein zelf correct wordt ingericht, ontstaat een sluitende beveiligingsketen, die wel kan handelen:
[3] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-2035.pdf
[5] https://wetten.overheid.nl/BWBR0008973/2025-07-01
[6] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:32019R0947
[7] Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, Artikel 15.
[8] Financiële besparingen met security drones
Ook interessant: