Security drones kunnen binnen de VRKI 2.0 worden toegepast als aanvullende maatwerkmaatregel. Drones zijn met name geschikt voor terreinen met een dynamisch risicoprofiel. De patrouillemissies van een drone werken als vroegtijdige schildetectie (SD) en ondersteunen de alarmopvolging (RE). Alarmtransmissie (AT) en het PAC-/meldkamerproces zijn de noodzakelijke randvoorwaarden. Op de bouwkundige maatregelen (BK), compartimentering (CO) en meeneembeperkende maatregelen (ME) hebben security drones geen effect. Drones toepassen gebeurt via het officiële VRKI-intakedocument.
Binnen de beveiligingsbranche bestaat toenemende belangstelling voor de vraag hoe security drones zich verhouden tot de huidige VRKI 2.0-systematiek en welke ruimte de richtlijn biedt voor toepassing binnen beveiligingsconcepten.
De Verbeterde Risicoklasse-indeling 2.0 (VRKI 2.0) is een instrument waarmee een globale risico-inschatting van inbraak en diefstal voor woningen en bedrijven wordt gemaakt. De uitkomst is een geconstateerde risicoklasse. Deze vormt het vertrekpunt voor de geadviseerde combinatie van beveiligingsmaatregelen. De VRKI 2.0 is eigendom van het Verbond van Verzekeraars en wordt beheerd en uitgegeven door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). De actuele versie 2026 bestaat uit Deel A, Deel B, het intakedocument en de samenvatting (CCV & Verbond van Verzekeraars, 2025a, 2025b, 2025c, 2025d; CCV, 2026).
Bij woningen wordt de risicoklasse bepaald op basis van de waarde van attractieve zaken in de inboedel. Bij bedrijven wordt gekeken naar de attractiviteit en waarde van goederen en inventaris en naar de omstandigheden waaronder deze aanwezig zijn. De risicoklasse wordt daarna vertaald naar een combinatie van organisatorische maatregelen (O), bouwkundige maatregelen (BK), compartimentering (CO), meeneembeperkende maatregelen (ME), elektronische maatregelen (EL), schildetectie (SD), alarmtransmissie (AT) en reactie (RE) (CCV & Verbond van Verzekeraars, 2025a, 2025c).
Binnen VRKI 2.0 versie 2026 is geen afzonderlijke maatregelcategorie voor security drones opgenomen. Dit betekent echter niet dat drone-inzet buiten de VRKI-context valt.
Security drones kunnen worden beoordeeld als aanvullende maatwerkmaatregel binnen de bestaande beveiligingsaanpak. Het officiële VRKI-intakedocument blijft hierbij leidend. Met dit VRKI-intakedocument kan al worden vastgelegd voor welke maatregelen security drones worden ingezet.
Dit startdocument legt het risico-object, de inventarisatie van attractiviteit en waarde, de geconstateerde risicoklasse en de geadviseerde combinatie van maatregelen vast. Het vormt het uitgangspunt voor ieder beveiligingsplan. Bij risicoklasse 4 en wanneer naar beneden wordt afgeweken van de geadviseerde combinatie van maatregelen, moet het intakedocument altijd ter ondertekening aan de verzekeraar worden aangeboden. Bij bijzondere objecten, gelijkwaardige oplossingen of complexe maatwerktoepassingen verdient vroegtijdige afstemming met de verzekeraar nadrukkelijk de voorkeur (CCV & Verbond van Verzekeraars, 2025a, 2025b). Zeker in het kader van security drones kan dit ook een financiële besparing opleveren op de verzekeringspremie.
Vanuit de huidige VRKI-systematiek ontstaat daarmee een duidelijk toepassingskader voor security drones. De drone wordt niet beoordeeld als afzonderlijk product, maar als onderdeel van een samenhangende beveiligingsketen. De toegevoegde waarde ligt met name in het leveren van actuele beeldinformatie tussen een melding en de fysieke opvolging. Voor een verantwoorde implementatie dient per object te worden vastgelegd welke beveiligingsfunctie de drone vervult, welke bestaande maatregelen worden ondersteund en op welke wijze de effectiviteit wordt geëvalueerd. LUGN pleit ervoor om dit gestandaardiseerd te doen.
Nieuwe technologieën, waaronder security drones, worden binnen de VRKI-systematiek beoordeeld op hun bijdrage aan de gewenste beveiligingsprestatie en niet op het innovatieve karakter van de technologie zelf.
De beoordeling start daarom niet bij de drone, maar bij het risico-object en het resterende beveiligingsprobleem. Dat probleem kan bijvoorbeeld bestaan uit een lange perimeter, beperkte zichtlijnen, trage alarmverificatie of een alarmopvolger die zonder actuele beeldinformatie naar een incidentlocatie moet.
Drie begrippen uit VRKI 2.0 zijn daarbij van bijzonder belang: maatwerk, gelijkwaardige oplossingen en goed vakmanschap. Maatwerk maakt een objectgerichte combinatie van maatregelen mogelijk. Een gelijkwaardige oplossing moet voldoen aan de beoogde prestatie-eis van de voorgeschreven maatregel. Waar normen, testresultaten of voorschriften beschikbaar zijn, worden deze gebruikt voor de beoordeling. Wanneer dat niet mogelijk is, moet de oplossing verdedigbaar worden onderbouwd met vakkennis en praktijkervaring. Goed vakmanschap betekent daarbij dat de effectiviteit van de beveiligingsoplossing leidend blijft (CCV & Verbond van Verzekeraars, 2025a, 2025b). LUGN werkt samen met het Verbond van Verzekeraars aan het standaardiseren en delen van deze praktijkervaring.
Voor security drones is een duidelijk onderscheid nodig tussen aanvullende inzet en een gelijkwaardige oplossing. Security drones vervullen op dit moment met name een aanvullende rol binnen bestaande beveiligingsconcepten. Aansluiting op de huidige operationele praktijk bij beveiligingsorganisaties en meldkamerprocessen is een noodzakelijke voorwaarde.
De drone moet niet worden beschouwd als zelfstandig beveiligingssysteem, maar als mobiele informatiebron binnen het beveiligingsproces. De primaire functionele bijdrage ligt in mobiele beeldverificatie ter ondersteuning van technische alarmverificatie. Secundaire functies zijn mobiele observatie, situational awareness en ondersteuning van alarmopvolging.
Een security drone levert meerwaarde bij:
Voor een beheerste implementatie verdient een gefaseerde aanpak de voorkeur. Definieer vanuit de VRKI-uitgangssituatie de dronefunctie, de rollen en de operationele randvoorwaarden per locatie waar de drone gestationeerd wordt. Meet tijdens de operationele uitvoering ook het aantal vliegmissies, de prestatie-indicatoren en optimaliseer de vliegmissies periodiek. Op deze wijze ontstaat een controleerbare praktijkbasis, geschikt voor grootschalige uitrol, wanneer dit binnen de VRKI-context wordt overwogen. Een geschikte praktijkomgeving die LUGN samen met de Politieacademie heeft uitgewerkt is het PD-huisje van de Politieacademie. Daar is een totaal beveiligingsplan beschreven voor het huis van een Te Bewaken Persoon (TBP-4) inclusief de inzet van een security drone (Breij et al., 2024). Deze is op verzoek beschikbaar.
Security drones sluiten functioneel aan op de stappen signaleren, verifiëren, beoordelen en reageren. Na een melding levert de drone mobiele beeldinformatie, waardoor de informatiepositie vóór fysieke alarmopvolging wordt versterkt.
De positionering verschilt per VRKI-maatregel. Bij fysieke weerstand, vertraging of compartimentering heeft een drone geen vervangende functie. De sterkste aansluiting ligt rond detectie, alarmtransmissie en reactie. Tabel 1 maakt zichtbaar welke relatie de drone met iedere maatregelcategorie heeft.
Tabel 1 Positionering van security drones ten opzichte van bestaande VRKI-maatregelen
| VRKI-onderdeel | Functionele positionering van security drones |
|---|---|
| O — Organisatorische maatregelen | Drone-inzet vraagt organisatorische inbedding binnen het beveiligingsconcept. De inzet moet aansluiten op bestaande procedures, verantwoordelijkheden en escalatielijnen. |
| BK — Bouwkundige maatregelen | Geen vervangende werking. Een drone levert geen fysieke inbraakwering of vertraging. |
| CO — Compartimentering | Geen vervangende werking. De drone kan wel aanvullende beeldinformatie leveren over relevante zones, routes of verplaatsingen rond compartimenten. |
| ME — Meeneembeperkende maatregelen | Geen vervangende werking. De drone kan wel eerder zichtbaar maken waar goederen worden verplaatst of meegenomen. |
| EL — Elektronische maatregelen | Aanvullende werking. Een elektronische melding kan aanleiding geven voor drone-inzet en nadere beoordeling van de situatie. |
| SD — Schildetectie | Sterke functionele aansluiting. Na een melding vanuit perimeter- of terreindetectie kan de drone mobiele beeldinformatie leveren voor verificatie en situational awareness. |
| AT — Alarmtransmissie | Aanvullende werking. De vereiste alarmtransmissie blijft intact. Drone-informatie kan de overdracht richting PAC of meldkamer inhoudelijk versterken. |
| RE — Reactie | Sterke functionele aansluiting. De drone kan actuele informatie leveren aan de opvolgende partij en daarmee een gerichtere reactie ondersteunen. De fysieke alarmopvolging blijft noodzakelijk. |
De sterkste aansluiting ligt rond SD, AT, het PAC-/meldkamerproces en RE. Het PAC-/meldkamerproces is geen afzonderlijke VRKI-categorie, maar vormt wel de operationele schakel tussen melding en opvolging. Dronebeelden kunnen de beoordeling van een vals alarm, verdachte situatie of daadwerkelijk incident ondersteunen en daarmee de kwaliteit van de besluitvorming verhogen.
Bij SD is de aansluiting het meest duidelijk. De security drone voldoet aan de SD4. SD4 is een detectie op terreingrenzen in combinatie met een camerasysteem met video-analytics en een doormelding naar de PAC.
Binnen deze keten kan een drone na een melding aanvullende mobiele beeldinformatie leveren, met name bij lange perimeters, blinde hoeken en zones met beperkt camerazicht. De bestaande detectie en doormelding blijven daarbij volledig intact (CCV & Verbond van Verzekeraars, 2025b, 2025c). Uit de praktijk blijkt dat incidentgestuurde verificatie en geplande patrouilles een enorm versterkend effect hebben binnen de SD4-context. De officiële SD4-definitie hoeft daarvoor niet gewijzigd te worden.
Ook binnen RE is sprake van duidelijke meerwaarde. De drone vervangt geen sleutelhouder, particuliere beveiligingsorganisatie of fysieke interventie, maar ondersteunt dat proces wel. Realtime informatie die binnen 30 seconden tot 3 minuten na een incident ter plaatse beschikbaar is, zorgt ervoor dat proportioneel opgeschaald kan worden, maar ook dat beveiligers naar de juiste locatie worden gestuurd door de luchtondersteuning. Ook kan, volgens de geldende escalatieprocedure, de relevante informatie sneller worden overgedragen aan de alarmopvolger en aan de politie, omdat visuele verificatie al door de centralist is gedaan, voordat een beveiliger ter plaatse is.
De security drone zou in de toekomst een meer zelfstandige rol mogen krijgen als aanvullende mobiele verificatie- en informatievoorziening binnen de RE-maatregel.
Tabel 2 Gerichte positionering van security drones binnen de VRKI 2.0-context
| VRKI-onderdeel | Concrete positionering en afbakening |
|---|---|
| SD — schildetectie | Primaire functionele koppeling. Na een melding vanuit bestaande perimeter- of terreindetectie levert de drone aanvullende mobiele observatie en verificatie. Leg de trigger, route, benodigde beelden en tijd tot bruikbare informatie vast. De drone vervangt de bestaande SD-maatregel niet en mag niet zonder onderbouwing als SD4 worden aangemerkt. |
| AT en PAC/meldkamer | Operationeel koppelvlak. De bestaande alarmtransmissie naar de PAC blijft intact en voldoet aan het toepasselijke AT-niveau. Leg vast hoe de PAC of meldkamer actuele livebeeldinformatie ontvangt, beoordeelt en gebruikt voor escalatie. De droneverbinding vervangt het vereiste alarmtransmissiesysteem niet. |
| RE — reactie | Secundaire functionele koppeling. De drone ondersteunt de alarmopvolging met actuele beeldinformatie vanuit de lucht, maar vervangt geen sleutelhouder, particuliere beveiligingsorganisatie, politie of fysieke interventie. |
De meest bruikbare eerste stap is een aanvullende dronebijlage bij het beveiligingsplan, naast het officiële VRKI-intakedocument. Het officiële intakedocument blijft ongewijzigd en leidend. In de dronebijlage worden per pilotobject alleen de aanvullende gegevens vastgelegd die nodig zijn om drone-inzet te beoordelen, uit te voeren en te evalueren. Het gaat onder meer om de dronefunctie, de koppeling met SD en AT/PAC, de verantwoordelijkheden, de randvoorwaarden, de logging en de meetpunten. Samen vormen het officiële VRKI-intakedocument, de dronebijlage en het beveiligingsplan een controleerbaar pilotdossier.
Praktische route in negen stappen
| Partij | Kernverantwoordelijkheid |
|---|---|
| Securitymanager | Vaststellen van het beveiligingsvraagstuk, interne besluitvorming en periodieke evaluatie. |
| Beveiligingsadviseur of installateur | Vastleggen van de VRKI-uitgangssituatie, aansluiting op het beveiligingsconcept en verwerking in het beveiligingsplan. |
| Drone-dienstverlener of exploitant | Zorgdragen voor een veilige en rechtmatige operatie, beschikbaarheid, onderhoud, logging en fallback. |
| PAC of meldkamerpartner | Ontvangen en beoordelen van informatie, escalatie en overdracht aan de opvolgende partij. |
| Alarmopvolger | Uitvoeren van de fysieke reactie, veiligheidsinschatting en terugkoppeling. |
| Verzekeraar | Beoordelen en ondertekenen waar de VRKI dit vereist en vroegtijdig afstemmen waar maatwerk of gelijkwaardigheid daartoe aanleiding geeft. |
De minimale logging bestaat uit de trigger, het tijdstip van de melding, de vlucht, de tijd tot bruikbaar beeld, de beoordeling, de gekozen opvolging, eventuele storingen en het gebruik van fallback. Naast incidentregistratie is een periodieke evaluatie nodig. Daarbij wordt bekeken of de toepassing nog aansluit op het risico-object, of procedures worden gevolgd en of de gekozen meetpunten voldoende inzicht geven. Voor vervolgoverleg met verzekeraars, het CCV en het Verbond van Verzekeraars is vergelijkbare praktijkinformatie belangrijker dan losse succesverhalen. De aanbevolen route is daarom: geschikte objecten selecteren, de uitgangssituatie op dezelfde manier vastleggen, de toepassing gedurende een afgesproken periode evalueren en de resultaten bundelen.
Daarna kan inhoudelijk worden besproken of verdere verduidelijking of aanvulling binnen de VRKI-context wenselijk is. Met deze werkwijze blijft de VRKI-systematiek intact en wordt drone-inzet per object concreet, toetsbaar en bespreekbaar.
Door een uniforme werkwijze security drones via het officiële VRKI-intakedocument in te zetten, te beoordelen en te evalueren ontstaat vergelijkbare praktijkinformatie. Daarmee ontstaat een gezamenlijk inzicht over de effectiviteit van security drones. LUGN is actief bezig met het Verbond van Verzekeraars om de positie van security drones nog beter te duiden binnen de VRKI 2.0. De conclusie is echter dat, met de huidige VRKI-systematiek, security drones al inzetbaar zijn als SD- en aanvullende RE-maatregel.
Ook interessant: