Rond luchthavens was dronesecurity al wel mogelijk. De mate waarin was afhankelijk van de afstemming met de luchtverkeersleiding per vlucht. LUGN sloot daarom per luchthaven convenanten af voor het afgeschermde luchtruim boven elk te bewaken terrein. Dat is een langdurig proces, waardoor moeilijk te garanderen was wanneer en onder welke voorwaarden de securitydrone 24/7 operationeel kon zijn. Per 26 november 2026 deelt een nieuwe ministeriële regeling deze gebieden echter op in zones, elk met eigen toegangsvoorwaarden. Gevolg is dat het luchtruim rond luchthavens veel meer open komt te liggen voor drones.
Wat verandert er nu in de Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen (Staatscourant 2026, nr. 33389)? Hoe bepaalt men of een terrein in de zonering rond de luchthaven valt? Op welke locaties rond civiele luchthavens kan ik vanaf 26 november 2026 vliegen met drones en onder welke voorwaarden? Deze whitepaper legt uit wat er wel en niet verandert per 26 november 2026 in de gewijzigde ‘Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen’ (Staatscourant 2026, nr. 33389).
Een CTR (Controlled Traffic Region) is het gecontroleerde luchtruim rond een luchthaven, doorgaans tot ca. 15 kilometer van de baan en vanaf 0 meter tot ca. 1 kilometer hoog. Dronebewaking was daar mogelijk, maar elke vlucht hing af van de medewerking en capaciteit van de luchtverkeersleiding.
Dat maakte het lastig om een klant vooraf te kunnen toezeggen wanneer en hoe snel een drone kon opstijgen:
• Klaring per vlucht: afhankelijk van de luchthaven moest elke vlucht vooraf door de luchtverkeersleiding worden afgehandeld.
• Radiocontact: tijdens de vlucht was tweezijdige communicatie verplicht, met een radio-operator en een zendmast.
• Capaciteitslimiet: per CTR mocht maar een beperkt aantal onbemande vluchten tegelijk.
Bij 24/7 alarmopvolging moet een drone binnen minuten in de lucht zijn. Dat is enkel mogelijk als er met de luchthaven een afgeschermd luchtruim is afgesproken waarbinnen men ervan uitgaat dat er 24/7 wordt gevlogen.
LUGN sloot en sluit daarvoor convenanten met de luchthavens af voor de terreinen waarboven zij vliegt, zodat gedurende een lange periode (2 jaar) er met telefoon- of radiocontact wordt gezorgd dat bemand en onbemand gescheiden blijven in het luchtruim. Zelfs met militaire CTR’s! Het was en is dus altijd wel mogelijk om binnen CTR’s te vliegen, maar dat vergde meer afstemming en doorlooptijd.
Daarbij waren de CTR-gebieden groot en uitgestrekt, waardoor veel terreinen binnen een CTR vielen. Voor veel klanten was het daardoor een (te) langdurig en onzeker proces. Dat verandert!
De zonering maakt het CTR-gebied een stuk toegankelijker voor drones. Dicht bij de luchthaven verandert er niet veel. Maar buiten de 2 km afstand worden de mogelijkheden veel ruimer:
| Zone | Ligging en hoogte | Voorwaarden voor operators met vergunning |
| 1 | ca. 0-2 km rond de luchthaven, 0-120 m hoogte | Vliegplan ten minste twee werkdagen vooraf (vóór 10.00 uur) met klaring en radiocontact |
| 2A | ca. 2-5 km, 0-45 m hoogte | Geen tussenkomst luchtverkeersleiding |
| 2B | ca. 2-5 km, 45-120 m hoogte | Als zone 1, maar binnen 30 m van bouwwerken en obstakels geen klaring of radiocontact nodig |
| 3 | ca. 5 km tot CTR-grens, 0-120 m hoogte | Geen tussenkomst luchtverkeersleiding |
| 4 | boven 120 m tot bovengrens CTR | Als zone 2B |
| Militaire CTR’s | gehele CTR, één zone | Ongewijzigd; vliegplan ten minste 24 uur vooraf, klaring en communicatie |
Daarnaast is relevant:
• Buiten openingstijden: de zonering geldt nog steeds, ook als de luchthaven gesloten is, bijvoorbeeld ’s nachts rond Maastricht, Eelde en Lelystad.
• Overlap: waar andere geografische zones overlappen, zoals rond havengebieden of heliports, gelden de voorwaarden cumulatief.
• Controleverlies: de piloot meldt dit direct bij de luchtverkeersleiding (zones 1, 2A, 2B en 4) of bij de politie (zone 3).
Wel: een verruiming van het luchtruim waarin dronesecurity voorspelbaar inzetbaar is.
Niet:
• Geen vrijbrief: voor de specifieke categorie blijft een vergunning van de ILT vereist, welke LUGN heeft.
• Geen vervanging van processen: de drone blijft bestuurd door het LUGN Control Centre; uw alarmcentrale ontvangt direct de live beelden vanaf het moment van opstijgen.
• Geen verschuiving van rollen: uw meldkamer blijft het hart van de operatie, de SOP van de klant blijft leidend en er verschuift geen aansprakelijkheid.
Bij alarmopvolging in zone 1 en rond militaire vliegbases blijft het maatwerk via convenanten, maar LUGN heeft al bewezen voorbeelden op zak om dat te bespreken met de autoriteiten.
Bel of mail de postcode en het huisnummer door aan onze Drone Safety Manager, die samen met u bekijkt:
Wie doet wat in het proces van security drones binnen luchthavens?
| Partij | Kernverantwoordelijkheid |
|---|---|
| Beveiligingsbedrijf / meldkamer | Klantrelatie, alarmafhandeling, fysieke opvolging |
| LUGN | Vergunning, zonetoets, vluchtuitvoering, luchthavencommunicatie en luchtruimbewaking via Drone Detectie & Verificatie |
| Terreineigenaar | Toestemming voor het terrein |
| Luchtverkeersleiding (LVNL) | Afhandeling vluchten in zone 1, 2B en 4 |
| ILT, politie, Koninklijke Marechaussee | Toezicht en handhaving op basis van de beelden in de meldkamer via de dienst Drone Detectie & Verificatie van LUGN |
De nieuwe zonering haalt een structurele onzekerheid weg voor dronesecurity rond civiele luchthavens. In zone 2A en zone 3 is inzet niet langer afhankelijk van afstemming per vlucht, waardoor reactietijden daar net zo voorspelbaar worden als elders in het land. Zone 2B is met afspraken per locatie goed te organiseren. Zone 1 en militaire CTR’s blijven maatwerk, waarin LUGN een bewezen trackrecord heeft.
Het luchtruim rond luchthavens gaat steeds meer open voor drones. De winst zit niet alleen in security drones met efficiënte patrouillediensten en versnelde alarmopvolging, maar ook in de simultane Drone Detectie & Verificatie-dienstverlening die intruder-drones detecteert en verifieert, waarbij uw meldkamer in controle blijft van incidenten op de grond, maar ook van het luchtruim daarboven!
Minister van Infrastructuur en Waterstaat. (2026, 28 september). Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 23 september 2026, nr. IENW/BSK-2026/181284, tot wijziging van de Regeling zonering onbemande luchtvaartuigen, de Regeling onbemande luchtvaartuigen en de Regeling luchtverkeersdienstverlening (Staatscourant 2026, nr. 33389).
Europese Commissie. (2019). Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).
Ook interessant: